Rondom de diensten

Maand: maart, 2013

Christus’ gebed voor Zijn vijanden

Lezen: Lukas 23:26–48

Tekst: Lukas 23:34

Van veel beslissingen die we nemen, kunnen we de consequenties helemaal niet overzien. Wij weten niet wat we doen. Op de Goede Vrijdag geldt nog veel meer dat wij mensen niet weten wat we de Zoon van God aandoen.

Het moment waarop Christus om vergeving bidt

Jezus heeft de dwarsbalk naar de kruisheuvel Golgotha gedragen. Hij is gedwongen er op te gaan liggen, waarna de nagels door zijn handen zijn geslagen. Vervolgens opgehesen zodat de zwaartekracht zijn martelende werk kon doen. Wat een onbeschrijflijke pijn!

Op zo’n moment van intense pijn kun je nergens anders aan denken. Niet eens aan jezelf, laat staan aan een ander. Maar Jezus denkt aan de anderen. Hij schreeuwt of vloekt niet, Hij heeft zich ook niet laten verdoven door de drank die werd toegediend. Hij bidt.

Hij denkt niet alleen aan anderen in gemakkelijker omstandigheden (zoals tijdens de voetwassing). Hij denkt ook niet alleen aan Zijn geliefde discipelen (zoals in de tuin Gethsémané), maar zelfs aan Zijn vijanden. Hij bidt om vergeving – nog voordat er van enig berouw sprake is. Dat is in die mate aanstootgevend, dat bepaalde handschriften van het Nieuwe Testament deze tekst niet hebben opgenomen.

Voor wie Christus om vergeving bidt

Niet alleen voor Joden, maar ook voor heidenen (Romeinen) is er kennelijk vergeving mogelijk. Jezus pleit niet op hun berouw, maar wijst wel op hun onwetendheid.

Volgens bijvoorbeeld Numeri 25:25–31 was onwetendheid een verzachtende omstandigheid bij het overtreden van de Wet. Maar bijvoorbeeld Leviticus 5:17–19 lijkt in een andere richting te wijzen. Bovendien is er ook zoiets als schuldige onwetendheid. Ze konden en moesten toch weten wat ze aan het doen waren? Kun je wel zeggen dat mensen iemand onwetend aan het kruis nagelen?

Toch geldt het op een dieper niveau wél: zij weten niet wat zij doen. Zij weten niet Wie ze voor zich hebben. Ze weten niet dat hun hamerslagen uiteindelijk door Gods heen heilbrengend zijn. Het is toch ook onvoorstelbaar, zo’n geslagen man! Deze mensen wisten niets van Gods gericht en daarom wisten ze eigenlijk niets.

Hun onwetendheid blijkt uit de roep: ‘red uzelf’ tegen Christus. Ze weten niet dat Hij niet gekomen is om zichzelf te redden, maar om zondaren te redden.

En wij? Ook wij begrijpen Hem vaak niet. Niet als je je van Hem afwendt, maar ook niet als je Hem eenmaal liefhebt blijft Hij zo vaak onbegrijpelijk voor ons. Wij weten niet wat we doen in ons ongeloof en onze afwijzing van Hem. Wij weten niet wat goed mag heten, en welke weg we mogen gaan. We weten niet te bidden, te verlangen, te hopen zoals het hoort. We weten niet eens wat er zich in de schuilhoeken van ons eigen hart verbergt.

Wat is het heilzaam als we onze onwetendheid leren beseffen en belijden!

De inhoud van Christus’ gebed

Jezus bidt: ‘Vader!’ Zelfs in deze weg erkent Jezus Zijn Vader, die Hem aanstonds de rug zal toekeren. Je kunt je voorstellen dat het kind zijn vader er bij roept om hem te helpen tegen degenen die hem belagen. Maar Jezus Christus roept Zijn Vader wel bij Zijn vijanden, maar niet om ze aan te pakken maar om ze te vergeven! In het Oude Testament werd geregeld om wraak gebeden, maar Jezus bidt om vergeving! Daarin toont Hij Zich het kind van déze Vader, die de wereld zo lief had dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.

Jezus bidt om redding en vergeving. Nee, Hij geeft geen gehoor aan het ‘red uzelf’, want Hij heeft wat meer en wat belangrijkers te doen: zondaren redden! Hij geeft Zichzelf voor anderen. Hij heeft hen liefgehad tot het einde (Joh. 13:1).

Vergeving. Wat een heerlijk woord! Het betekent dat alle zonden zijn weggedaan, zelfs de allerergste, begaan tegen Jezus Christus. Vergeving gaat nooit gemakkelijk of goedkoop, maar hier heeft God er zelfs Zijn eigen Zoon voor over gehad.

Advertenties

Dienstmededeling

Na wat uitproberen, lijkt het mij goed om de samenvattingen van ‘gewone’ preken (niet de catechismuspreken) pas na de diensten online te zetten. Het lijkt me prettiger luisteren als je nog niet precies weet wat er al komt, en een samenvatting achteraf lijkt me persoonlijk ook prettig.

Natuurlijk houd ik me graag aanbevolen voor opmerkingen. Welkom!

HC 52, zondagmiddag 17 maart

De troost van Christus’ wederkomst

HC v&a 52, middagdienst 17 maart 2013

Lezen: 2 Thessalonicenzen 1

Wat is nu eigenlijk de troost van Christus’ wederkomst voor Gods kinderen?

De Rechter is de Redder

Er is hier sprake van troost. De HC werd opgesteld in een tijd van vervolging en grote problemen. Maar daarmee is niet gezegd dat voor ons deze troost niet aan de orde zou zijn. Het gaat uiteindelijk om het gericht zijn op de Heere Jezus Christus.

De Rechter die Gods kind eens ontmoeten zal, is Dezelfde die Zelf veroordeeld wilde worden. Hij is in het gericht geweest voordat ik er kwam en opdat ik niet veroordeeld zou worden. Dat is de vrolijke ruil, dat is het Evangelie!

Omdat er nu geen vloek en verdoemenis meer is voor Gods kinderen (Rom. 8:1), kunnen zij met opgeheven hoofd de Heere Christus uit de hemel verwachten. Wat is het nodig dat wij deze troost ook kennen!

Het oordeel is rechtvaardig

2 Thess. 1 spreekt over vergelding van de verdrukking (vs. 6) en over het oordeel over de ongelovigen. Dat is lang geen populair thema. Merkwaardig genoeg raakt in kerkelijk kring het spreken over oordeel en afrekening uit de gratie, terwijl het er in de wereld steeds meer over gaat. Maar let wel: de scheiding valt niet tussen de ‘goeden’ en de ‘slechten’, maar tussen degenen die leven van Christus’ genade en degenen die deze genade blijven afwijzen.

De HC spreekt zelfs over straf. Dat horen wij niet graag, maar het is wel in overeenstemming met het Nieuwe Testament, zie 2 Thess. 1:9. Veel mensen vragen zich af of een eeuwig straf wel passend is bij tijdelijke zonden, maar dan peilen we nog niet wat de zonde uiteindelijk is: het gaat om haat tegenover de liefde van God—en dat God je uiteindelijk aan je eigen blijvende haat overgeeft.

Gods vijanden vergaan. Dat is geen kwestie van wraakgevoelens of iets dergelijks. De volgorde is heel belangrijk: al Zijn en mijn vijanden. Omdat ze Zijn vijanden zijn, zijn het ook mijn vijanden. Niet omdat Hij vijandschap koestert, maar omdat Zijn vijanden dat doen.

De godvrezenden zullen altijd bij God mogen zijn. 2 Thess. 1:12 zegt dat de Naam van Christus verheerlijkt wordt in de gelovigen. Dat is vreugde zonder eind.

Vragen

  1. Verlangt u/jij naar de wederkomst van Christus? Waarom wel/niet?
  2. Is het wel goed om naar de wederkomst te verlangen? Is dat geen vlucht uit je huidige verantwoordelijkheden?
  3. Bent u/jij het er mee eens dat het oordeel rechtvaardig is? Waarom wel/niet?
  4. Moeten we meer aandacht hebben voor hoe het er allemaal precies aan toe zal gaan (duizendjarig rijk en dergelijke)? Of is dat van ondergeschikt belang?

biddag avond: Psalm 4

Het ware geluk

Preek biddag avond, 13 maart 2013

Lezen: Psalm 4. Tekst: Psalm 4:7–9

Wanneer ben je nou echt gelukkig? Veel mensen stellen zichzelf die vraag, zonder dat ze het antwoord weten. Juist bij een stagnerende welvaart wordt de vraag naar het welzijn steeds belangrijker. Uiteraard weten we in de kerk dat je voor het ware geluk bij God moet zijn—maar zoeken we het ook daadwerkelijk bij Hem?

Vraag naar het goede

Vragen naar het goed of vragen naar God: één letter verschil, maar tegelijk een wereld van verschil. Het goede wil iedereen wel, maar God willen mensen alleen door genade.

In Psalm 4 treffen we David aan nadat zijn medestanders en vrienden kennelijk in hem teleurgesteld zijn geraakt. Mogelijk zijn de omstandigheden dezelfde als in Psalm 3: de opstand van zijn eigen zoon Absalom. Dan komt er nogal wat op je af.

Mensen om David heen vragen, wie hen het goede zal doen zien. David kennelijk niet. Maar welke sterke man kan hen dan helpen?

Uiteindelijk vallen alle mensen tegen. Het kan altijd nog beter. Misschien zitten wij wel in een situatie waarin de mensen ons zijn tegengevallen of waarin wij de mensen zijn tegengevallen. Hoe moet het verder richting de toekomst?

Heel menselijk om zo te denken, maar het is een wonder als we niet langer genoeg hebben aan het goede, maar als we God nodig hebben.

Gebed om zegen

De psalmist bidt om zegen met de woorden van de hogepriesterlijke zegen uit Numeri 6. ‘Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE’. Het gaat het om de zegen, de werkzame kracht van Gods Woord.

Opvallend genoeg: meer bidt de psalmist niet. Hij vult het niet verder in, maar laat dat aan de Heere over. Dat is de echte gebedsafhankelijkheid.

Let wel: David bidt anders dan de ‘velen’, maar hij betrekt ze er wel bij: verhef Uw aangezicht over ons, bidt hij. Niet alleen over mij. Het gebed is tegelijk voorbede voor de velen die enkel naar het goede vragen.

Gods aangezicht zien: onder het Oude Testament kon dat zomaar niet. In het Nieuwe Testament heeft God als het ware Zijn gezicht geopenbaard in Jezus Christus. Wie Hem gezien heeft, heeft de Vader gezien.

Hoe kan Gods aangezicht in gunst naar ons gewend zijn? Enkel doordat op Golgotha de Vader het gezicht voor Jezus Christus verborg.

Vreugde in God

De dichter vindt zijn vreugde in God, meer nog dan de mensen die voor het goed in deze wereld gaan, hun vreugde vinden in oogstfeesten rondom koren en wijn. Dat was nogal een vreugde!

Toch: de dichter heeft meer vreugde in zijn hart. Dat is een gevoel, maar meer dan een gevoel. Laten anderen het bij de Baäls en afgoden zoeken, of bij hun sterke mannen. De dichter heeft aan God genoeg, ondanks de crisis in zijn leven.

Natuurlijk is dat een aangevochten zaak, temidden van de mensen die het niet meer zien zitten met hem. Het is dank ook echte geloofstaal die hier gesproken wordt.

Temidden van de onrust gaat de dichter rustig, in vrede, slapen. Want Zijn God is de HEERE: de Getrouwe!

biddagochtend: royaal zaaien

Royaal zaaien

Preek biddag ochtend, 13 maart 2013

Lezen: 2 Korinthe 9

Weer een biddag in crisistijd. Hoe komen we er uit? Paulus adviseert om royaal te zaaien–dat biedt vooral een uitweg uit de geestelijke crisis waarin we ons bevinden.

Het zaaigoed

Paulus schrijft hierover in de context van de grote collecte voor de christenen uit de Joden die hij organiseerde onder christenen uit de heidenen.

Voor het geven gebruikt hij het beeld van zaaien. Zaaien is risicovol: je strooit je goede zaaigoed zomaar uit over het veld. Tegelijkertijd moet het wel gebeuren, en al te zuinig zaaien betekent in ieder geval minder oogsten. Het gaat allemaal om de hoop op de oogst.

Zo is het ook met het geven voor de armlastige christenen. Dat is geen desinvestering; nee, het levert juist veel op! Wel anders dan mensen toen dachten. In de Oudheid meende men dat door te geven je liet zien hoe machtig je bent.

De sleutel tot het geven is God zelf, vers 8. Hij verleent alles tot ‘genoegzaamheid’ ofwel (financiële) onafhankelijkheid, zelfstandigheid (in het Grieks staat er: autarkie). Wie wil er nu niet onafhankelijk zijn? Onafhankelijk door je bezit of desnoods onafhankelijk van je bezit, zoals de filosofische school van de Cynici leerde. Daartegenover stelt Paulus de christelijke vorm van genoeg hebben omdat je God kent.

Het is wel goed om ons eens af te vragen wat we nu eigenlijk zaaien, in onze huwelijken en gezinnen, in de gemeente en op alle gebieden waar we ons begeven. Zaaien we het goede, of zaaien we juist onrust en tweedracht?

Er is verband tussen wat je zaait en wat je maait. Dat is er niet alleen in een verre toekomst, maar dat is er ook nu al!

Het royale gebaar

Het zou maar zo kunnen dat dit mensen tegen de borst stuit: wat activistisch! Kunnen we het biddag niet beter over bidden hebben? Maar dit gaat juist over de houding die bij het bidden noodzakelijk is: de houding van afhankelijkheid en verwachting.

Want waar wij mensen gaan delen, gaat God het vermenigvuldigen (vers 10). Paulus haalt hier Hosea aan: ‘zaai in gerechtigheid, oogst in goedertierenheid’ (of: ‘met liefde’), Hos. 10:12. Het gaat in het zaaien om gerechtigheid–dat het goed wordt! Dat is nog eens wat anders dan een bestedingspatroon dat om plat consumeren draait.

Uiteindelijk gaat het om vertrouwen op God, als je geeft. Dat je niet met het angstzweet op je voorhoofd geeft, maar graag. God heeft de ‘blijmoedige’ gever lief. Het Grieks zegt: degene die hilarisch geeft, lachend, cheerful zegt een Engelse vertaling. Wat heerlijk als je zo geeft!

De diepste grond van dit geven is: zo is God zelf! Hij is Zelf vrijgevig (vs. 8). In het Koninkrijk van God is het al eeuwen crisis, maar Hij denkt niet aan bezuinigen. Hij breekt door alle grenzen heen om mensen te bereiken. Dat zie je vooral in wat Hij in Zijn Zoon heeft gedaan en heeft gegeven. Vers 15: God zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave. Als je Hem ziet, en ziet wat God in Hem geschonken heeft, dan ga je zelf ook geven. Dan maak je er een beginnetje mee om net zo royaal te worden als God.

De rijke oogst

Dit leidt tot een rijke oogst. Niet allereerst materieel of financieel, maar wel in de liefde–en die is belangrijker. Dat is de vreugde in God, de blijdschap van het geloof: je gaat niet stuk, want die eeuwig rijke God laat je niet vallen. Uiteindelijk wordt God ook geprezen in de onderlinge liefde van christenen.

Althans, dat is de bedoeling. We zien nog zo veel dat hier haaks op staat. En als je die hooggestemde woorden hoort en vervolgens naar de gemeente kijkt, moet je oppassen dat je er niet al te negatief van wordt. Maar bedenk: zo zijn wij van onszelf nu allemaal. En toch blijft God maar schenken en blijft Hij nog genadig. Zouden we ons dan niet aan Hem gewonnen geven?