Rondom de diensten

Maand: mei, 2013

Paulus’ getuigenis

Belijdenisdienst 20 mei 2013, Tweede Pinksterdag

Tekst: Galaten 1:15–16

Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed.

Waarschijnlijk zouden de meeste belijdeniscatechisanten het tamelijk benauwd krijgen als het bij de belijdenisdienst nu eens niet genoeg was om een jawoord te spreken, maar als je een getuigenis moest uitspreken, moest zeggen wie de Heere Jezus Christus voor jou persoonlijk is geworden, en hoe dat allemaal is gegaan. Toch is het wel goed om je af te vragen hoe zo’n getuigenis er uit zou zien. In onze tekst getuigt Paulus over zijn bekering en roeping. Uiteraard zijn wij Paulus niet, maar een aantal punten in Paulus’ getuigenis passen wel bij elke echte bekering.

God deed het

We kunnen wel zeggen: “Maar ik ben Paulus niet!” Maar dat helpt ons niet, want ook Paulus was Paulus niet. Althans, hij was zelf ook ver verwijderd van de plaats waar de Heere hem uiteindelijk bracht. En het was Gods genade alleen die hem veranderde, zodat hij uiteindelijk kon zeggen: “Door de genade Gods ben ik wat ik ben” (1 Kor. 15:10).

Bedenk dat Paulus hier met tegenstanders in discussie is. Die tegenstanders zeiden (zo zagen we een vorige keer) dat Paulus veranderlijk was, en dat heeft hij tegengesproken. Hij bewaart juist een evenwicht tussen vasthouden aan wat blijvend is en flexibiliteit waar mogelijk (Galaten 1:10–11). Bovendien stelden deze tegenstanders dat Paulus ook maar vertelde wat hem in Jeruzalem door andere mensen was geleerd, en dat hij vergat dat de Joodse Wet nog steeds gehouden moest worden.

Daartegenover stelt Paulus dat God hem geroepen heeft, zelfs heeft voorbestemd vanaf de buik van zijn moeder. Van die verkiezing wist Paulus eerst niet; pas achteraf kon hij deze zien – en zo geldt dat nog ten aanzien van de verkiezing.

Paulus was wel heel godsdienstig en ijverig, maar juist daarin en daarom was hij heel ver bij God vandaan (ongeveer zoals de dwalende mensen tegen wie hij zich hier richt). Hij is echter radicaal veranderd. Niet doordat er een inzicht bij hem doorbrak, maar door openbaring van God.

Het kernwoord is hier: ‘genade’. Paulus heeft het niet zelf gedaan, maar God heeft het gedaan. Alleen zo kun je ook geloofsbelijdenis doen: niet naar jezelf kijken, maar het van Gods genade verwachten. Niet te rade gaan bij vlees en bloed (en afhankelijk worden van menselijke goedkeuring), maar afhankelijk zijn en blijven van Gods genade.

Christus centraal

Paulus zegt het heel krachtig: God heeft Zijn Zoon in hem geopenbaard. Ongetwijfeld moeten we hierbij aan het gebeuren denken op de weg naar Damascus (Hand. 9), maar ook aan de verdere weg die God met hem ging.

Hopelijk herkennen wij het ook: stilgezet worden door de levende God, waardoor je niet verder kunt en niet verder wilt zonder de Heere Jezus Christus. Gods stem horen in de prediking, in een psalm, in wat je leest – om te ontdekken dat Hij genadig is.

Hier wijst Paulus dus een heel andere weg dan zijn tegenstanders deden, die zeiden dat Paulus ook maar een traditie vertegenwoordigde, en dan een zwakkere dan hun eigen traditie. Paulus was diep verankerd in de vaderlijke tradities, meer dan zijn tegenstanders. Maar hij heeft daar het leven niet in gevonden. Hij is door de Wet aan de Wet gestorven. Het gaat om de openbaring en de genade van de Heere Christus.

Uiteindelijk gaat het daar ook om als je belijdenis doet: wie is de Heere Jezus Christus voor jou? Sommige mensen vinden dat maar vreemd, want het begint niet met Christus, zeggen ze dan. Maar voor Paulus was het juist wél begonnen met de openbaring van Christus – vandaar dat hij ook het evangelie van Christus verkondigt, zonder reserve.

Alles werd anders

De vervolger werd een verkondiger (vs 23). Bovendien werd hij de apostel van de heidenen. Niet alleen Joden waren welkom in het Koninkrijk van God, maar Paulus’ bijzondere opdracht was het verkondigen van het Evangelie aan de heidenen. Ook daarin is hij door God geleid. Pas na enkele jaren kwam hij in direct contact met de Jeruzalemse apostelen.

De openbaring van Christus werd het kantelpunt van Paulus’ leven. Daarna kwam alles in een ander licht te staan. Paulus’ biografie werd herschreven: van een getalenteerde Farizeeër naar een dienstknecht van Jezus Christus. Hij was bereid ontberingen en dergelijke te dragen vanwege Christus.

Alles ging ook om Jezus Christus draaien in Paulus’ leven: Hem kennen en de kracht van Zijn opstanding, in de gemeenschap aan Zijn lijden.

Geloofsbelijdenis doen is ook zo’n kantelpunt in het leven. Nee, het is niet hetzelfde als bekering. Maar wat er nodig is voor oprechte geloofsbelijdenis is hetzelfde als wat we ook wel bekering noemen.

Als we zo oprecht geloofsbelijdenis doen, zal het ook aan onze levenswandel te zien zijn. Graag naar de kerk, graag betrokken bij de dienst van de Heere, bereid om te dienen en te offeren. Niet om er iets mee te verdienen, want die weg loopt dood. Maar om te leven van Gods genade, elke dag opnieuw.

Advertenties

Pinksteren leren verstaan

Middagdienst Eerste Pinksterdag 2013

Tekst: Handelingen 2:33

Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.

Je kunt je voorstellen dat de mensen die getuige waren van het Pinksterwonder, er geen woorden voor hadden, maar ook haast geen gedachten voor hadden. Hoe zul je omschrijven of verstaan wat hier aan de hand is? De apostel Petrus reikt de mensen het verstaan van Pinksteren aan.

De beloofde Geest

Met “de belofte van de Heilige Geest” wordt de Heilige Geest Zelf, als de beloofde Geest, bedoeld.

Hij was al door de Heere Jezus aan Zijn discipelen beloofd: zie Johannes 14–16, de belofte van de andere Trooster, die de discipelen geen wezen zou laten.

Bovendien is de Heilige Geest door de levende God aan Israël beloofd: “want u komt de belofte toe” (vs. 39). Niet zonder reden wordt de Geest uitgestort op het Joodse Pinksterfeest of Wekenfeest. Dat feest was een oogstfeest, waarin de gaven aan God werden aangeboden. Het was ook het feest van de Wetgeving bij de Sinaï. Op beide punten biedt het nieuwtestamentische Pinksteren vervulling: (1) het feest van het geven van gaven wordt het feest van het ontvangen van gaven; (2) het feest van de Wetgeving wordt het feest van de Wet die in het binnenste, in het hart, geschreven wordt (vergelijk Jer. 31).

Met zo veel woorden is het Pinkstergebeuren al door de profeet Joël voorzegd:

En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien (Joël 2:28).

Deze belofte haalt Petrus dan ook aan in vers 17 van Handelingen 2.

Maar de vervulling van de belofte reikt veel verder dan iemand ooit had kunnen denken. Zo werkt de Geest steeds: verrassend en vernieuwend. Dat is niet alleen een positieve verrassing: de mensen schrokken van deze Geest van het oordeel van God. “Wat moeten wij doen?”

Nog verder reikt de belofte als het Woord de heidenwereld ingaat, zelfs tot Rome aan toe. Het hele Bijbelboek Handelingen is het boek van Pinksteren. Het eindigt niet bij hoofdstuk 2, maar bij hoofdstuk 28.

De belofte is ook tot ons gekomen. De vervulling ervan gaat altijd weer anders dan wij ons hadden voorgesteld. Maar zien we er iets van, dat Gods Geest ook in onze levens werkt? Hij oordeelt, Hij troost, Hij brengt in een crisis om je een nieuw leven te geven. Maar altijd weer is Hij de belovende.

De ontvangen Geest

Onze tekst zegt allereerst dat Jezus de Geest ontvangen heeft. Dat hadden we misschien niet gedacht, want Hij had de Geest toch al? Van eeuwigheid, of in ieder geval sinds de doop in de Jordaan?

Toch geldt ook van Jezus Christus dat de Geest (op déze manier) Hem beloofd was, deze Geest die mensen vernieuwt. Dat kon enkel door Zijn lijden, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart heen.

Zo is de Geest ook de Geest van Jezus Christus. Was Hij enkel de Geest van de Vader, dan zou Hij de Geest zijn die Zich op allerlei manieren in de schepping manifesteert, en ook de Geest van het oordeel en de uitbranding. Hij heet niet zonder reden de heilige Geest. Nu is Hij ook de Geest van Jezus Christus, die voor Gods kinderen de levengevende Geest verworven heeft.

Dit is het eigenlijke geheim van de Heilige Geest: Hij is de Geest van Jezus Christus. Daarom gaat Petrus’ hele Pinksterpreek ook over Jezus Christus. Dát is het werk van de Geest: het gaat over Jezus Christus. Op Hem laat Hij het volle licht vallen. Veel mensen daar in Jeruzalem kenden Jezus van Nazareth misschien wel. Maar ze kenden Hem nog niet zó – dat is het werk van de Geest.

Zo werkt de Geest nog. Hij opent je ogen voor de Heere Jezus Christus. Hoe vaak je ook van Hem gehoord hebt, enkel de Geest opent je hart voor Hem. Daarbij leert de Geest je spellen wat ‘genade’ is. De goddeloze wordt gerechtvaardigd. De Geest leert nog altijd leven van Gods belofte.

De uitgestorte Geest

Het beeld is dat van water: een emmer die omgekeerd wordt. Zie Jes. 44:3, Joël 2:28. Het gaat er royaal aan toe. Is ons probleem niet vaak dat we veel te weinig verwachten van de Heere? Wij zijn karig in onze schuldbelijdenis, karig in onze gebeden en daarom ook vaak karig in de vreugde in God.

Wat zie je er vandaag van dat de Geest is uitgestort? Het eerste wat je er op de Pinksterdag van zag, was dat de mensen in een existentiële crisis geraakten. Zo’n crisis kan zeker heilzaam zijn. Hopelijk hebben we niet alleen met economische onrust en onzekerheid te maken, maar ook met deze echt geestelijke onrust. De hoorders op de Pinksterdag beseften hun schuld. Doen wij dat ook?

De Geest is uitgestort en sindsdien heeft het Woord zijn loop. Van een Joodse opwekkingsbeweging (zo leek het althans) is het geworden tot het wereldwijd verkondigde evangelie. Het gaat door, de zegen “die Gij uitstort keer op keer”. Laten we ons gewonnen geven aan deze Geest.

Hemelvaart en de kerk

Hemelvaartsdag 9 mei 2013

Efeze 4:8

In de brief aan de Efeziërs wordt een heel direct verband gelegd tussen de hemelvaart van Jezus Christus en het leven van de gemeente.

Triomf

Heel deze brief wordt wel de ‘kerkbrief’ genoemd. In hoofdstuk 4 legt de apostel uit dat de gaven in de gemeente (en dat is meer dan alleen de ambten) komen van de verhoogde Heere Jezus Christus.

Daarbij haalt Paulus Psalm 68:19 aan. Psalm 68 is een psalm van strijd en overwinning. God staat op en Zijn vijanden vluchten weg en worden verspreid. Nadat in vers 18 over Gods strijdwagens gesproken is, staat er in vers 19:

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ,ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God.

Het gaat hier over een triomftocht. De overwonnenen worden als krijgsgevangenen meegevoerd (dat betekent het wat merkwaardig vertaalde ‘de gevangenis gevankelijk gevoerd’). De Heere is zo machtig dat Hij de Zijnen terughaalt van Basan (de hoogte) en uit de diepten van de zee (Ps. 68:23).

Als Paulus dit vers aanhaalt in Efeze 4, benadrukt hij daarmee dat de hemelvaart van Christus een triomftocht is. Hij heeft de machten van zonde, dood en hel overwonnen en heeft zo de weg gebaand naar de hemel. Dat kon slechts na Zijn voorafgaande diepe vernedering tot in het dodenrijk.

Op de hemelvaartsdag vieren we dus de overwinning van de Heere Jezus Christus over de velerlei machten in deze wereld.

Bevrijding

Die overwinning betekent ook een bevrijding voor degenen die van Christus zijn. Immers, de tegenstanders worden als overwonnen krijgsgevangenen meegevoerd. Zo gebeurde het in de Oudheid als een koning triomferend terugkeerde in zijn hoofdstad. Zo heeft Jezus Christus de machten tentoongesteld (Kol. 2:15). Stel je voor: al je levensvijanden onttroond. Je zonden, je verslavingen, je angsten, je dood. Kijk, daar gaan ze: Christus bindt ze en voert ze weg. Gods vijanden vergaan.

De bevrijding waar hiervan sprake is, is niet tot het persoonlijke niveau beperkt. Het gaat om een bevrijding met kosmische dimensies. De rommel wordt opgeruimd, een nieuwe wereld komt.

Toen Christus naar de hemel opvoer, heeft Hij niet alleen Zijn vijanden als in triomftocht meegevoerd. In het NT lezen we ook dat de gelovigen met Hem in de hemel zijn geplaatst. Dat bepaalt de nieuwe levensrichting, de oriëntatie op Christus.

Zo schept Christus’ hemelvaart ruimte om te leven (bevrijd van alles wat je bond) en moed voor de wereld (want het Koninkrijk komt zeker).

Buit

Merkwaardig genoeg haalt Paulus de psalm nogal anders aan dan het er staat.

Gij hebt gaven genomen van/onder de mensen (Ps. 68:19, de Statenvertaling plaatst er cursief bij ‘om uit te delen’, maar dat staat er dus niet).

en heeft den mensen gaven gegeven (Ef. 4:8).

Heeft Hij nu gaven genomen (als een soort belasting of tribuut) of gaven gegeven? Waarschijnlijk baseert Paulus zich hier op een lezing van Psalm 68 waarin deze psalm op Mozes betrokken werd, die de berg opklom en vandaar gaven (de Wet, de Thora) mocht uitdelen.

Christus komt om genade mee te delen! Hij wacht niet totdat wij Hem onze geschenken aanbieden (al is Hij dat ook waard), maar Hij neemt zelf mee wat nodig is.

Hij geeft gaven. Welke dan? Uit de context blijkt dat het om gaven gaat in de gemeente om te dienen. Dat omvat wat wij ‘ambten’ zouden noemen, maar het is ook breder.

Om in het beeld te blijven: Christus deelt uit van de buit die Hij heeft veroverd. De buit is binnen voor Gods kinderen. Dat betekent niet dat je simpelweg winnaar bent zoals de wereld waarin wij leven ze graag ziet: mensen die heel wat presteren waar anderen tegen op kunnen kijken. Maar winnaars (méér dan overwinnaars, schrijft Paulus in Romeinen 8) zijn christenen enkel door Jezus Christus.

De Heilige Geest verbindt

Leerdienst 5 mei 2013, HC v&a 53

Wij mensen zijn vaak bezig met de vraag of we er wel echt bij horen. In de klas, tussen je collega’s. Soms moet je het keihard verdienen om mee te tellen, en je kunt het ook maar zo weer kwijtraken. Hoe verbonden zijn we eigenlijk? En dan zijn er ook nog mensen die bang zijn om aan anderen verbonden te raken.

Het eigene van het werk van de Heilige Geest is, dat Hij verbindt. Maar wie en hoe?

Vader en Zoon

De Heilige Geest wordt wel de ‘band der liefde’ tussen God de Vader en God de Zoon genoemd. Uiteraard is deze verbinding totaal anders dan de verbinding tussen God en mens. God is liefde.

Eerlijk gezegd denk ik dat het eerste punt dat de HC maakt (dat de Heilige Geest samen met de Vader en de Zoon waarachtig God is), weinig mensen aanspreekt. Wij zijn meer geïnteresseerd in de toe-eigening van het heil of in de gaven van de Geest. Toch is dit het belangrijkste punt: verbinden, liefhebben (en ja, ook creativiteit) zijn niet iets vreemds of bijkomends voor God. Zo is Hij.

De keerzijde hiervan is dat onze angst voor verbinding (en vooral de angst voor de verbinding aan God) nu net uitmaakt wat zonde is. Zonde maakt scheiding tussen God en mens en tussen mensen onderling. Ook tussen mens en wereld, trouwens.

God en mens

In wat de HC verder zegt, komt de toe-eigening van het heil in beeld. Al te vaak denken we daarover nog als over een pakketje dat de postbode aflevert. Maar het gaat om de persoonlijke verbinding, het herstel van de relatie die door de zonde verbroken was. De hele persoon doet mee. De Heilige Geest blijft namelijk niet op een afstand, maar komt – om zo te zeggen – onder je huid. Hij komt in je leven inwonen (Ef. 2:22). Hij beweegt zich zo dat je merkt dat Hij aan het werk is.

Bij Zijn werk hoort ook dat Hij gaat getuigen met onze geest (Rom. 8:16), dat wil zeggen dat je eigen geest, je hele leven, wordt ingezet om van God te getuigen. Het blijkt dat de Geest in je aan het werk is. Je geest wordt geheiligd en ingezet.

Werken God en mens dan zo maar een beetje samen? Nee, niet zomaar. Het is nodig dat ons leven wordt vernieuwd; dat is de wedergeboorte, waarin de Heilige Geest je een minuscuul momentje buitenspel zet, om je daarna helemaal in de schakelen. En al ligt het werk van God en mens in het werk van de Heilige Geest vaak ineen, de Geest blijft wel de eerste, de Initiatiefnemer.

Concreet betekent dit dat het Woord op een nieuwe manier binnenkomt. Het gaat voor je open. Je gaat anders willen (en vaak ook andere dingen willen). Het geloof in de levende God wordt ook echt iets van jezelf, verweven met je eigen levensgeschiedenis, vragen, twijfel en vreugde. Zoals je ook in de Psalmen ziet dat alle omstandigheden en zielsgestalten meedoen in het persoonlijk geloof. Het heil wordt, kortom, echt menselijk en krijgt menselijke gestalten.

Dat betekent niet dat elk godsdienstig gevoel goed is, integendeel. Het Woord blijft het criterium om de geesten te beproeven (ook die van jezelf) of ze uit God zijn. Maar onmiskenbaar is het zo dat als de Geest in je leven werkt, je God liefkrijgt. Dat is iets wat Gods tegenstander nooit zal bewerken.

Heden en toekomst

De Heilige Geest blijft eeuwig bij mij, zegt de HC. Wat hebben we er een behoefte aan om niet alleen gelaten te worden. Degene die het hardste roept ‘laat me alleen’ heeft misschien wel het meest nodig dat er iemand bij hem of haar is. De Geest laat me niet alleen. Niet in het volle leven met zijn uitdagingen. Niet als de gebreken komen. Niet als mijn geest langzaam uitdooft misschien. Hij laat me niet alleen zoals alleen God me niet alleen kan laten: Hij is niet alleen bij mij, maar ook in mij. God is niet alleen mens geworden, Hij maakt ook in mij woning.

Dat doet de Geest overigens niet om alles maar bij het oude te laten. Hij werkt toe naar het Koninkrijk van God. Hij is de ‘eerstelingsgave’ van het Koninkrijk. Het verlangen naar het Koninkrijk wordt krachtiger naarmate je meer ellende ziet in je eigen leven en in deze wereld. De Geest en de Bruid zeggen ‘Kom’ – juist daarin blijkt de Bruid van Christus Bruid te zijn, dat ze dit van de Geest heeft geleerd.

Ambtsdrager zonder compromis

Ambtsdrager zonder compromis

5 mei 2013, ochtenddienst, bevestiging ambtsdragers

Ambtsdrager worden in de kerk geldt algemeen als niet bepaald aantrekkelijk. En dan is er ook nog deze tekst, die zegt dat het werk vaak haaks staat op allerlei menselijke verwachtingen. Paulus als ambtsdrager compromis. Kan dat ook bemoedigend zijn?

De scherpe kant van het Evangelie

In Galatië ontstond een dwaalleer, die daarom zo gevaarlijk was omdat met dezelfde woorden iets anders werd bedoeld. Er waren mensen die verkondigden dat het Evangelie óók inhield dat je je moest laten besnijden en dat je je aan Joodse rituelen moest houden. Deze mensen spraken ook kwaad van Paulus: Paulus zou maar met alle winden mee waaien om makkelijk te kunnen scoren. Hij zou de lastige kanten van het Evangelie onbenoemd laten.

In onze tekst gaat Paulus daar op in: het Evangelie is niet naar de mens. Daarmee geeft hij zijn tegenstanders niet gelijk, die zeggen dat Paulus er een tandje bij moet doen, maar spreekt hij die tegenstanders juist aan.Zij maken het Evangelie naar menselijke smaak, juist met hun vromigheden. De scherpe kant van het Evangelie is juist dat het puur genade is om genade te ontvangen. En dát past ons niet. Allerlei rituelen en programma’s zijn wel aangenaam, maar genade niet.

Nog altijd mogen we het Evangelie niet afzwakken. De Evangelieverkondiging wordt van allerlei kanten bedreigd, maar zeker óók van de kant van mensen die vinden dat het toch allemaal zomaar niet gaat.

Kern van het Evangelie

Toch zou je je kunnen afvragen of Paulus’ tegenstanders geen gelijk hebben in hun beschuldiging dat de apostel veranderlijk is (vergelijk 1 Kor. 9:20–23). Inderdaad paste Paulus zich op allerlei punten aan, maar dat deed hij juist met het oog op het onveranderlijke Evangelie. Paulus keert de beschuldiging om: juist zijn tegenstanders komen met wat anders – een ander Evangelie, terwijl er geen ander Evangelie is. Met andere woorden: het vraagt onderscheidingsvermogen om te zien wat het ene Evangelie is en wat de andere dingen zijn, waarin je best flexibel mag zijn.

De sleutel is voor Paulus dat hij het Evangelie niet van een mens of door menselijke traditie heeft ontvangen, maar door een openbaring van Jezus Christus. Tegelijkertijd bindt hij de Galaten wel aan de traditie die hijzelf doorgeeft. Maar de oorsprong van die traditie is niet louter menselijk.

Wat is het Evangelie voor ons vandaag? Er zijn tal van mensen, postmoderne en heel degelijke, die zeggen dat het vooral om het doorgeven van tradities gaat. Maar het gaat om het ene Evangelie van Jezus Christus. Ook in het dienen als ambtsdrager.

Dienaar van het Evangelie

Paulus rekent niet op applaus. Hij is niet langer bezig om mensen te behagen. Hij rekent wel op de krans van de heerlijkheid. Het gaat om Gods goedkeuring.

Nu zijn wij Paulus niet. Wij leven in een andere tijd. Maar we mogen leven van hetzelfde Evangelie. Zo mogen ambtsdragers dienen. Met autoriteit die niet ontaardt in autoritair gedrag. Met vrijmoedigheid die steeds aan het Woord gebonden blijft. De sleutel is en blijft: dit bij het Evangelie van de levende God blijven. Daarmee zijn ambtsdragers eigenlijk niets bijzonderder dan elke christen. Er is immers maar één Evangelie.