Het geboortebericht

door Arnold Huijgen

Lukas 2:11, Eerste Kerstdag ochtend

Als er een kindje geboren is, sturen de trotse ouders een geboortekaartje naar familie, vrienden en bekenden. Natuurlijk werd er bij de geboorte van de Heere Jezus geen kaartje verstuurd – maar er kwam wel een geboortebericht!

Geboorte

Maria wist tevoren al dat het kindje een jongetje was. Niet door een echo, maar door goddelijke openbaring. Het was bovendien niet alleen een jongetje, maar Gods eigen Zoon! Ook de naam was tevoren al bekend. Zo volvoert God Zijn plan.

Het lijkt alsof Maria maar een klein radertje is in het grote wereldgebeuren. Met Jozef moet ze naar Bethlehem, de stad van de familie, omdat keizer Augustus een volkstelling wil houden. Niet voor de aardigheid, maar om de belastinginkomsten op te voeren. Bij zo’n volkstelling ging het er niet zachtzinnig aan toe! Jozef en Maria komen in beweging – maar uiteindelijk is het niet de macht van Augustus, maar Gods macht die hen in gang zet.

De babykamer is niet veel bijzonders, armoe troef. Een stal, mogelijk ergens bij familie. Wat het ook precies geweest is, het was een armoedige boel. Het geboren jongetje is maar net iets meer dan de beesten, in een voerbak wordt Hij gelegd. Terwijl de mens toch bedoeld is om weinig minder te zijn dan de engelen.

Wie boeit zoiets nu? Tegenwoordig zou je zeggen: er hoeven maar weinig kaartjes gedrukt te worden. En toch: er wordt een engel gestuurd, als heraut van deze Koning!

Proclamatie

De herders hebben nachtdienst: rustig bij de dieren. Opeens schrikken ze zoals ze zelden of nooit geschrokken zijn: een engel, een boodschapper van God. Vergeet die zogenaamd machtige keizer in Rome. Er wordt hier een nieuwe Koning aangekondigd.

‘Redder’ wordt Hij genoemd. Dat roept een beeld op van kracht – maar komt God werkelijk de wereld redden door een baby? Moet Hij, de machteloze en verachte, de machtige Redder zijn? Ja, want zó is Israëls God. Hij is hoog, maar kan ook laag zijn.

Dit is niet te bevatten. Dat geldt ook het teken dat de herders krijgen: dat is eigenlijk ook helemaal niet passend. God doet iets totaal nieuws en onverwachts. Hij komt Zelf! Met recht heet dit ‘grote blijdschap’, ofwel Evangelie.

Horen wij dit ongedachte er nog in? Of is het Kerstevangelie gewoon geworden voor ons? Als niets is wat het lijkt, kan er zelfs in onze duisternis nog een nieuw licht schijnen.

Voor u

Voor wie is dit geboortebericht nu bestemd, aan wie is het geadresseerd? Voor u – dat wil zeggen: voor Israël, heel het volk. Maar het betekent ook: de herders, in dit geval als bijzondere vertegenwoordigers van het volk Israël. Zij waren wel de laagst geplaatsten in de maatschappij, maar juist zo kunnen ze dienen als onderstreping dat God héél het volk opzoekt. En dan worden de eersten de laatsten en de laatsten de eersten.

Zij wij het ook, die ‘u’ uit de tekst? Je kunt met van alles druk zijn, en dan moet Kerst maar rust brengen. Moeten we dan nog weer in beweging komen? Jawel, maar op een heel andere manier: komt, laten wij aanbidden. Alles wat we missen is in de geboren Zaligmaker te vinden!

Nu verkondigen de engelen: voor u geboren. Straks is het: voor u gestorven. En dan: voor u opgestaan, Hij leeft voor u en in u.

Dan hoeven we dus niets mee te brengen of voor te stellen. Jezus laat zich in onze schamelheid neerleggen.

Kraambezoek

Het was geen kwestie van: tevoren even bellen, of: dan en dan is er een kraamfeest. Maar ze komen direct dezelfde nacht, onaangekondigd. Iets wat alleen voor de meest nabije familie mogelijk is, zou je zeggen. Maar de herders komen in opdracht. En bovendien zijn zij naaste familie.

Een kraamcadeau hebben ze niet bij zich; ze komen met lege handen. Maar zij zelf zijn het geschenk. Deze Koning ontvangt Zijn onderdanen.

En dan de kraamvader. Nee, niet Jozef. God de Vader! Als kraamvader besef je heel sterk de kwetsbaarheid van het leven. In de krant lees je opeens allemaal gevaren voor je zoon of dochter. Nergens kunnen ze je zo in raken als in je kinderen. God de Vader gaf Zijn Zoon aan de kwetsbaarheid prijs. Hij laat zich raken in wat Zijn Kind aangedaan zal worden.

Laten wij ook onszelf aan Hem schenken. Geen goud, wierook of mirre. De kou van de nacht zit nog aan ons, en we knipperen tegen het licht. Maar we knielen neer en geloven: ook voor mij geboren!

Advertenties