Wij zijn onnutte slaven

door Arnold Huijgen

Lukas 17:10, Oudjaar 2013

Oudjaar is het moment om de balans op te maken. Van het afgelopen jaar, maar ook van de afgelopen jaren die we als gemeente en predikant samen hebben gehad. Wat heeft de Heere ons veel gegeven, persoonlijk en gezamenlijk. Nu ligt het wel subtiel als het op dergelijke dankbaarheid aankomt: laten we echt op de Heere gericht zijn. Onze tekst helpt ons daarbij.

Confronterend: we zijn kennelijk slaven

Deze gelijkenis is niet half zo populair als de gelijkenis van twee hoofdstukken eerder, die van de verloren zoon. Daarin komen we God tegen als een ontfermend Vader en mogen zondaren Zijn thuiskomende kinderen zijn. Prachtig! Maar in deze gelijkenis wordt het beeld gebruikt van God als meester en de discipelen (en uiteindelijk alle gelovigen) als slaven. Dat is een beeld dat ons veel minder aanstaat, ons misschien zelfs wel tegen de borst stuit.

We zijn toch geen slaven? En toch: Paulus noemt zich een slaaf (Rom. 1:1 e.a.p.) en Simeon noemt zich in zijn lofzang een slaaf tegenover zijn meester (hij spreekt God als ‘gebieder’ aan).

Wat zegt Jezus nu eigenlijk? Een boer heeft maar één slaaf. Of hij niet meer kon betalen of dat er niet meer werk was, weten we niet. Die slaaf heeft de hele dag op het land gewerkt of de schapen gehoed. Als hij thuiskomt, ontvangt die boer hem niet met alle égards en bedankt hij hem niet uitbundig. Nee, hij moet nog aan het werk met de maaltijd (en dat was serieus werk, in die tijd). Niks: plof daar maar neer, maar: aan de slag! Hij moet het gewoon doen, het is niet iets bijzonders.

Kunnen wij daar nog wel tegen, in onze cultuur van waardering en complimenten? Dat we af en toe gewoon iets moeten doen zonder morren? Zelfs als je alles keurig gedaan hebt, heb je niet meer gedaan dan eigenlijk moest. Wij zijn maar onnutte slaven.

Let wel: dat betekent niet dat alles wat je deed, waardeloos is – integendeel. Maar het betekent wel dat je er geen pluspunten mee verdient; je hebt immers niets extra’s gedaan? “Ja maar, kan er dan bij God niet eens een klein bedankje af?” Voorstelbare vraag vanuit ons perspectief, maar ook wel een beetje aanmatigend. Verderop komen we er nog wel even op terug.

Waarom is dit nu nuttig voor ons? Deze gelijkenis zet ons op onze plek. Laten we ons maar niks verbeelden. De discipelen wilden graag ‘meer geloof’, waarschijnlijk om meer wonderen te doen en meer impact te hebben en, vooruit, om zelf ook wat meer in beeld te komen. Maar Jezus wijst er op dat het niet om de kwantiteit geloof gaat, maar om de kwaliteit: denk aan het mosterdzaad, dat ook nog eens langzaam en weinig spectaculair werkt. Met andere woorden: probeer niet wat te worden met je geloof. Werk er niet op aan dat je overladen wordt met dank, waardoor je zou vergeten dat je er bent om te dienen.

Er zit ook een bepaalde overspanning in, als alles maar bijzonder en geweldig moet zijn. Laten we eerlijk zijn: onze levens zijn niet zo fantastisch als je zou denken als je alleen naar Facebook keek. En onze kerkdiensten zijn niet bijzonder spannend in zichzelf.

Nota bene de humanist Erasmus tekent bij deze tekst aan dat het sterkste geloof een bescheiden geloof is.

Hebben wij er genoeg aan, het eigendom van God in Christus te zijn? Of is ons dat een beetje te min? Mag er nog wel wat bij? Hopelijk hebben we ontdekt dat dit het Evangelie is: ik ben bevrijd van mezelf en het is heerlijk om te mogen dienen waar de Heere me roept. “Wiens ik ben, Die ik ook dien” (Paulus). Laten we maar onnutte slaven zijn bij de Heere.

Opdracht: we moesten het doen

De tekst spreekt over de dingen die opgedragen zijn. Met een variant op een woord van president Kennedy: vraagt niet wat je God voor jou kan doen, maar vraag je af wat jij voor je God kunt doen. De Heere is geen service verlenend instituut. God is er niet om het ons maar naar de zin te maken. Wij ze niet alleen van de Heere, we zijn er ook voor de Heere.

Wie bij de Heere hoort, krijgt een taak. Ik bedoel dat helemaal niet activistisch, integendeel. Bidden is de belangrijkste taak in het Koninkrijk, en het is net zo hard werken als het land bewerken. Dat dienen vraagt je hele leven – daar is geen deeltijd bij. Stel je voor: een slaaf met een prikklok!

Ja maar, is dat allemaal niet vreselijk onbarmhartig en hard? Nee, juist niet. Het is goed nieuws dat we niet bij God op de loonlijst staan, zodat Hij met ons kon afrekenen we weer verder konden. Hij staat niet bij ons in het krijt. Het is andersom: wij staan bij Hem in het krijt. We schieten in alle dingen tekort. Vergeef ons onze schulden, dat blijft over. Gelukkig handelt God niet zakelijk met ons, maar nota bene: we mogen bij Hem in huis zijn en dat is genoeg. Hem dienen is niet iets verdienen.

Als je terugkijkt op de achterliggende tijd: stel je eens voor dat je het zelf had moeten verdienen? Het is genade alleen!

Toch lijkt het wel onvriendelijk, al krijgt die slaaf dan onderdak, maar altijd zo zwoegen. Maar bedenk dan dat er een Zoon was die zich als een slaaf wilde laten behandelen. Dag en nacht diende Hij zonder rust, geregeld had Hij zelfs geen tijd om te eten. Als je ziet hoe Hij wilde dienen en zichzelf gaf tot aan het kruis… voor jou, dan leer je ook dienen. Uit liefde en in de gestalte van Christus. Paulus zegt het zo: mijn ik leeft niet meer, maar Christus leeft in mij. Natuurlijk is er ook nog dat vleselijke, mijn eigen gepruts.

Laten we het maar toestemmen: wij zijn maar onnutte slaven. Beter dat we het zelf ontdekken en toegeven dan dat de Heere het uiteindelijk tegen ons zegt. We lezen immers in Matth. 25 in de gelijkenis van de talenten dat de Heere uiteindelijk de luie en onnutte slaaf bestraft.

Genade

Zo krijgt God alleen de eer. Het is een voorrecht als je dienen mag. En bovendien… Jezus vraagt de discipelen zich voor te stellen of een slaaf die terugkomt van de akker, aan tafel genodigd wordt. Nee, is het antwoord dat Hij verwacht. Maar God nodigt mensen aan Zijn tafel die lang niet genoeg hebben gediend, en die zelfs bij Hem waren weggelopen.

Laten we dan trouw dienen. Hoe zal de Heere ons vinden als Hij terugkomt? Oudjaar bepaalt ons bij de vergankelijkheid van ons leven. Zoek de Heere en leef.

Advertenties